Na een tamelijk hectisch weekje van afscheid nemen en taken
overdragen thuis, zijn we donderdag 31 mei op pad gegaan richting het Noorden. We
waren eigenlijk van plan om die donderdag een dagje vrij te zijn, en vrijdag
pas te vertrekken, maar ja: als de camperette ingepakt is en de zon schijnt,
worden we onrustig, en dus zijn we om 13.00 uur weggereden, het avontuur
tegemoet.

Omdat we er niet van houden om hele dagen in de auto te
zitten en meer dan 500 kilometer per dag te rijden, zijn we uitgekomen ten
noorden van Hamburg, waar het inmiddels flink regende. Gelukkig had Inge
voorafgaand aan deze vakantie de camperette aangepast met diverse nieuwe
snufjes. Zo is de opbergruimte uitgebreid, zijn er diverse nieuwe handige
vakjes gekomen en is er een nieuwe matras, waardoor we nu ook achterin kunnen
zitten zonder het bed eerst uit te hoeven klappen. En dat is met name in de
regen erg praktisch, want zo konden we prima een broodje smeren, zittend
achterin de auto. 😉 (zie foto)

De volgende ochtend hebben we meteen weer aan de eerste
belangstellende een rondleiding door de camper kunnen geven (zie foto). Zoals
altijd was ook dit mannetje erg onder de indruk, en dan met name toen hij
ontdekte dat de auto was gebouwd door de ‘fraulein’.

We hebben een Duitse supermarkt gevonden om onze
biervoorraad op te schroeven naar het maximum (Alcohol is schreeuwend duur in
Noorwegen, dus hebben we de maximum hoeveelheid, 7 liter, meegenomen om snel
vrienden te kunnen maken onderweg… ;)) en zijn naar Denemarken gereden. Nu we
een dag eerder waren vertrokken, hadden we extra tijd om ook dit ‘onontgonnen’
gebied te leren kennen. Zo kwamen we terecht in het Deense merengebied, waar we
gelijk de ‘hoogste berg’ van het land (170 meter) hebben bezocht. Het kerkje op
de foto is op 130 meter hoogte de hoogste kerk van Denemarken. Afijn, ze zijn
erg trots op hoogterecords – zo hebben we ook de hoogste lift van Denemarken
gezien, en de hoogste molen…

We hebben gekampeerd op een zogenaamde Teltplads, de perfecte optie voor een
camperette! Geen camping, maar gewoon een grasveldje met een toiletgebouw,
alleen voor tenten (en een slaapautootje). Heerlijk rustig en beschut aan de
rand van een bos (erg handig, want er stond een fikse windkracht 5, wat
standaard schijnt te zijn voor het land). Tot we midden in de nacht ineens
geluid hoorden naast de auto. Er waren mannen naast de auto, die een kampvuur
hadden gemaakt. En een radio hadden aangezet.

“Joh,” zei Harald nog, “ze gaan vanzelf wel weer weg – ga maar
slapen.”
“Maarmaar… ze hebben een kangoeroepak aangetrokken, en een
televisie op hun hoofd, en een wigwam neergezet!!”
“Je slaapt nog half, je ijlt (en trok daarbij het gordijn
open) – HUH?? Ze hebben echt een televisie op hun hoofd!”
Inschattend dat dit geen rustige nacht zou worden, is Inge
in haar ondergoed over de voorstoelen heen geklommen en heeft de auto inclusief
een achterin liggende Harald zo’n 25 meter verderop neergezet.
“Shit – de koelbox stond buiten!” Gewapend met een zaklamp
is Harald die gaan halen.
“Gelukt?”
“Er zat een Thunderbird op…”

Na deze avontuurlijke nacht zijn we richting Hirtshals
gereden, de Deense haven waar we de volgende dag zouden inschepen. Bij gebrek
aan betaalbare campings zijn we het strand op gereden (het zand is zo hard dat
dat in Denemarken gewoon kan!), hebben daar bij windkracht 7 gepicknickt en zijn
daar tot de volgende ochtend blijven staan. Prima!!!

Zondagochtend reden we probleemloos naar Hirtshals, een
klein dorpje met 1200 inwoners waar veerboten vertrekken waar het hele dorp 2
keer in past… 😉 We zouden in een keer doorvaren naar Bergen, 20 uur varen, en
met windkracht 7 is dat best een hele ervaring als je probeert te slapen in het
bovenste bed van een stapelbed… De ene helft van de boot bestond uit chauffeurs
van vrachtwagens en groepjes Duitsers die in Noorwegen gingen vissen, en de
andere helft waren bezoekers die helemaal niet op reis waren, maar die het als
weekendcruise hadden geboekt om taxfree alcohol in te slaan en onbeperkt
dronken te worden op de boot… En dat terwijl het ‘amusement’ bestond uit Peter
and the Jetsets, die popklassiekers speelde met een zwaar Noors accent… Needless
to say: we hebben ons project aan boord niet echt kunnen promoten…

De volgende ochtend werden we wakker met land in zicht! Naar Bergen voer de boot
tussen allemaal eilandjes door, tot we om 8:30 in Bergen aankwamen. We
ontscheepten, waren snel door de douane heen en gingen op zoek naar het huis
van onze eerste host, Ninaz. En een gratis parkeerplaats, die we helemaal
bovenop de heuvel vonden. We hadden pas ’s avonds, na haar werk, afgesproken,
en omdat we geen zin hadden om de berg nog een keertje op te lopen, namen we alleen
het hoogstnodige mee uit de auto, en gingen op pad.
Onze eerste indruk van Noorwegen: wat een geweldige, witte houten huisjes! Wat
een leuke stad! Wat is alles duur! 🙂 We zijn naar de haven
gelopen, naar de oude werf (Bryggen). Daar staat een rijtje houten huisjes, dat
stamt uit de tijd dat bergen een belangrijke Hanzestad was (gebouwd rond 1700).
Het meest bijzondere is echter, dat ze ooit begonnen met bouwen aan de
achterzijde, zo’n 100 meter van de kade, en vervolgens steeds verder naar voren
stukken eraan bouwden, compleet met trappetjes en houten galerijen op de eerste
verdieping, supersmalle steegjes en takels boven de straat. Die moesten gewoon getekend
worden!

We hebben er een tijdje rondgedwaald, en hebben daarna
verschillende straatjes verderop in de stad bezocht met de mooie witte huisjes.
We hadden met Ninaz afgesproken in de haven, hebben voor haar gekookt en hebben
kennisgemaakt met haar oude huisgenootje en haar hondje. En hebben daarna
heerlijk geslapen.

Terwijl boekhouder Harald zich momenteel verdiept in de
prijsindex van de lokale supermarkten, ben ik dit verslag aan het typen, en
daarna gaan we op pad. Fijne dag, en tot de volgende keer!
(Klik op de foto’s voor een vergroting)